(Opmerking over de scope: Zingeving zoals in het geven van zin aan lastige ervaringen uit het verleden laat ik hier buiten beschouwing)

Het begrip ‘zingeving’ heeft een aardige plaats in de samenleving. Ik kom het tegen in kranten, tijdschriften en gesprekken. Wat wordt er mee bedoeld? Men lijkt een gebrek aan ‘zin’ te ervaren in hun leven (of in het leven) en dat probleem trachten op te lossen door zin te zoeken of te geven. Waarbij ‘zin’ verschillende betekenissen heeft. Ik heb de indruk dat het vaak de betekenis heeft zoals in de vraag “wat is de zin van het leven?” Daarin klinkt twijfel over ‘de bedoeling’ of ‘de waarde’ of ‘het nut’ van het leven. Ik vermoed dat deze twijfel ontstaan is in de tijd dat in de filosofie het nihilisme opkwam. Ik las ooit dat het begrip “de zin van het leven” past bestaat sinds de Verlichting. Vóór die tijd geloofde men dat er een God is – een persoonlijke Schepper zeg maar – die het leven, en daarin ook jouw leven, zó gemaakt heeft dat het kostbaar is en zodat het een bedoeling heeft. Met het verdwijnen van dat geloof ontstond een twijfel, namelijk “wat doen wij er toe, wat doet mijn leven er toe, als er op kosmische schaal geen groter verhaal is waarin onze aardbol bestaat?” Een existentiële twijfel dus. Men voelde en dacht, heb ik de indruk, “als er geen beheerder van Het Leven is voor wie mijn leven kostbaarheid en bedoeling heeft, dan moet ik voor mijzelf gaan zorgen dat mijn leven waarde en bedoeling (dus: zin) heeft.”

Waarover ik me altijd verbaasd heb, is dat mensen niet lijken in te zien dat zijzelf nooit in staat zijn om dat soort zin aan hun leven te geven. Immers, een mens heeft in haar levensbeschouwing niet de positie die de voormalige God wel had. Een mens is niet de schepper van Het Grote Geheel en kan dat ook niet worden. Bovendien geloven veel (Westerse) mensen dat er niet zoiets bestaat als een spiritueel verband tussen de wereld en iets groters, of, om het dichter bij huis te halen: tussen hun eigen leven en iets groters. Het bezig zijn met zingeving kan in dezen dus niet het verloren gegane gevoel van ‘er toe doen in het grote verhaal’ herscheppen.

Natuurlijk is er bij het woord ‘zin’ ook de alledaagse betekenis, namelijk die van bijvoorbeeld “ik heb zin in chocola!” Voor dat soort zin kunnen we genoeg uitingsvormen noemen; iedereen houdt van allerlei dingen. Hoewel dat óók kan verdwijnen als je gelooft dat je leven niet er toe doet. Dat is depressie: een onderdrukking van de levensenergie. Als je dat meemaakt en worstelt om er bovenop te komen, kun je last hebben van het onvermogen dat zingeving heeft, wat ik zojuist uiteenzette. Het eind van een zingevingsproject lijkt vaak een persoonlijke resolutie te zijn: ik ga vanaf nu doen wat ik leuk vind. Dat is op zich een waardevol eerbetoon aan je eigen passies. Maar op existentiële schaal legt het nog niet echt gewicht in de schaal ten opzichte van de knagende twijfel dat ons leven geen context heeft…

Als je niet gelooft in een kosmisch “er toe doen” en je daarmee ook je trek in chocola kwijt bent, terwijl je voelt: dit is geen leven, wat kan een mens in zo’n situatie dan doen? Mijn antwoord is makkelijk gezegd maar niet makkelijk gedaan: een levensbeschouwing zoeken die je het gevoel geeft dat je wilt leven. Met een levensbeschouwing komt een levenservaring. De aanpak daarvoor is precies de tegenovergestelde manier van geestelijk handelen ten opzichte van de manier waarop je in existentiële zinloosheid kwam. Vroeger werden er met de denkgeest ideeën aangenomen, vervolgens ging daardoor de ervaring van het leven veranderen en verdween de zin. Om dan weer geestelijk en spiritueel gezond te worden kun je beginnen met onder woorden brengen wat er gevoelsmatig fout zit (“hoe voelt dit? wat mis ik? hoe zou ik mijn leven willen ervaren?”) en aan de hand daarvan ideeën zoeken die een goed gevoel ondersteunen. (Wat trouwens geen wensdenken is!) Dat is een hele klus, want het gaat gepaard met een structurele verandering van hoe je überhaupt met ideeën omgaat, is mijn eigen ervaring. De Verlichting van de ratio was de verduistering van de intuïtie, hoorde ik Karen Hamaker zeggen, en het kan lastig zijn om die verduistering ongedaan te maken. Ik nodig je uit om te ontdekken dat, wanneer intuïtie enigszins gerehabiliteerd en in balans met redeneren gebracht is, de vraag naar zin verdwenen is – en daarmee ook de twijfel over een heleboel andere dingen.


Dankjewel voor het lezen! Herken je dingen van wat ik schrijf? Vind je het inspirerend? Heb je vragen en/of aanvullingen? Je kunt hieronder het commentaarformulier invullen. Je bent van harte welkom om deel te nemen aan de dialoog.

Vriendelijke groet, Pieter.

Nog geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *